Naar hoofdinhoud
AY Bewind & Beheer

Praktisch

Leefgeld onder bewind: de werking en vaststelling in de praktijk

Dit artikel legt uit hoe de hoogte van het wekelijkse leefgeld wordt bepaald en welke rol de bewindvoerder hierbij speelt.

Auteur
Naomi Scholsberg
Redactioneel gecontroleerd
Redactioneel gecontroleerd
Laatst herzien
Herzien op 27 mei 2026
Leestijd
3 min leestijd

Wanneer iemand onder beschermingsbewind wordt gesteld op grond van artikel 1:431 van het Burgerlijk Wetboek, draagt de bewindvoerder de verantwoordelijkheid over de goederen en de financiële administratie. Een cruciaal onderdeel van deze maatregel is de wekelijkse uitbetaling van leefgeld aan de rechthebbende. Dit bedrag is bedoeld voor de dagelijkse variabele uitgaven zoals voeding en persoonlijke verzorging, terwijl de overige lasten via de beheerrekening worden voldaan.

De verdeling tussen de beheerrekening en de leefgeldrekening

In de praktijk van het beschermingsbewind wordt er gewerkt met twee afzonderlijke bankrekeningen om het financiële overzicht te waarborgen. De beheerrekening staat onder exclusief beheer van de bewindvoerder en hierop worden alle inkomsten, zoals salaris of uitkeringen, ontvangen door de instanties. Vanaf deze rekening worden de vaste lasten zoals huur, energie en verzekeringen direct betaald om achterstanden te voorkomen.

De leefgeldrekening is de rekening waar de rechthebbende zelf beschikking over heeft via een pinpas voor de dagelijkse noodzakelijke aankopen. De bewindvoerder maakt op een vastgesteld moment, meestal wekelijks of maandelijks, het afgesproken bedrag over van de beheerrekening naar deze leefgeldrekening. Het is essentieel dat de betalingen van de vaste lasten altijd voorrang krijgen boven de verhoging van het leefgeld om de financiële stabiliteit van de onderbewindgestelde te garanderen.

Hoe de hoogte van het leefgeld wordt bepaald

De vaststelling van de hoogte van het wekelijkse leefgeld is een zorgvuldig proces dat gebaseerd is op de specifieke financiële draagkracht van het dossier. Er wordt gekeken naar het totale besteedbare inkomen nadat alle vaste lasten en eventuele reserveringen voor onvoorziene kosten zijn afgetrokken. Hierbij wordt vaak aansluiting gezocht bij de landelijke richtlijnen van het Landelijk Overleg Voorzitters Civiele en Kantonsectoren voor zover deze van toepassing zijn op de individuele situatie van de rechthebbende.

Hoewel er vaak wordt gesproken over een standaardbedrag per week, is de werkelijkheid maatwerk omdat elk huishouden een andere samenstelling en kostenstructuur kent. Een bewindvoerder moet altijd de belangen van de rechthebbende behartigen en zal trachten een balans te vinden tussen een leefbaar wekelijks bedrag en de noodzaak om reserves op te bouwen voor toekomstige uitgaven zoals de vervanging van huishoudelijke apparatuur. De kantonrechter houdt tijdens de jaarlijkse rekening en verantwoording toezicht op het gevoerde beleid rondom deze bestedingen.

Wijzigingen in het leefgeld en de rol van de kantonrechter

Het bedrag aan leefgeld staat niet voor de gehele duur van het bewind vast en kan periodiek worden herzien wanneer de omstandigheden wijzigen. Indien het inkomen stijgt of de vaste lasten aanzienlijk dalen, kan de bewindvoerder in overleg besluiten het leefgeld te verhogen. Omgekeerd kan een daling van het inkomen leiden tot een noodzakelijke verlaging om te voorkomen dat er nieuwe betalingsproblemen ontstaan, aangezien beschermingsbewind primair dient ter vermogensbescherming en niet verward moet worden met een separaat wettelijk hulptraject.

Wanneer er een fundamenteel meningsverschil ontstaat over de hoogte van het leefgeld dat niet in onderling overleg kan worden opgelost, kan de rechthebbende zich wenden tot de kantonrechter. De kantonrechter heeft de bevoegdheid om de bepalingen van het bewind te toetsen en kan in uiterste gevallen instructies geven aan de bewindvoerder over de te hanteren marges. Het is echter de primaire taak van de professioneel bewindvoerder om binnen de grenzen van de beschikking een financieel sluitende begroting op te stellen die de continuïteit van de huishouding waarborgt.

Veelgestelde vragen

Op welke dag wordt het leefgeld meestal uitbetaald?
De meeste bewindvoerders hanteren een vaste dag in de week, vaak de donderdag of vrijdag, voor de overboeking van het leefgeld naar de privérekening. Dit zorgt ervoor dat de rechthebbende tijdig over de middelen beschikt voor de weekendboodschappen en biedt een heldere structuur voor de wekelijkse begroting.
Kan ik extra leefgeld aanvragen voor bijzondere uitgaven?
Voor incidentele uitgaven zoals kleding of een kleine reparatie kan een schriftelijk verzoek worden ingediend bij de bewindvoerder. Indien de saldi op de beheerrekening dit toelaten en de vaste betalingen niet in gevaar komen, kan de bewindvoerder besluiten een extra bedrag over te maken conform de afspraken in het plan van aanpak.
Wat gebeurt er met mijn leefgeld als ik extra inkomsten ontvang?
Extra inkomsten zoals vakantiegeld of een belastingteruggave worden in eerste instantie gestort op de beheerrekening. In overleg met de bewindvoerder kan een deel hiervan als extra leefgeld worden uitgekeerd, maar vaak wordt een gedeelte gereserveerd voor toekomstige rekeningen of noodzakelijke vervangingen zoals beschreven in het artikel over wat u nog zelf mag beslissen onder bewind.