Wanneer iemand door fysieke of mentale omstandigheden niet meer in staat is om de eigen financiële belangen te behartigen, kan de kantonrechter beschermingsbewind instellen. Aan deze wettelijke beschermingsmaatregel zijn kosten verbonden die jaarlijks landelijk worden vastgesteld door het Ministerie van Justitie en Veiligheid. Het is essentieel voor rechthebbenden om te begrijpen hoe deze tarieven zijn opgebouwd en welke invloed de gezinssamenstelling heeft op de uiteindelijke vergoeding.
Wettelijke vaststelling van de beloning
De tarieven voor beschermingsbewind zijn niet willekeurig maar worden strikt gereguleerd door de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren. Deze bedragen worden jaarlijks geïndexeerd en gelden voor alle professionele bewindvoerders in Nederland, waardoor er sprake is van rechtsgelijkheid voor iedere onderbewindgestelde. De kantonrechter ziet erop toe dat de bewindvoerder uitsluitend de bedragen declareert die conform de afgegeven beschikking en de geldende wetgeving zijn toegestaan.
Bij de vaststelling van de kosten wordt een onderscheid gemaakt tussen de eenmalige aanvangskosten en de maandelijkse periodieke kosten. De aanvangskosten dekken de werkzaamheden die nodig zijn om het dossier op te starten, zoals het inventariseren van het vermogen en het openen van de beheerrekening. De maandelijkse vergoeding is bedoeld voor de reguliere uitvoering van het bewind, waaronder het betalen van vaste lasten, de correspondentie met instanties en het afleggen van de jaarlijkse rekening en verantwoording aan de rechtbank.
Verschillen in tarieven per situatie
De hoogte van de maandelijkse vergoeding is afhankelijk van de persoonlijke situatie van de rechthebbende, waarbij met name de gezinssamenstelling als leidraad dient. Voor een alleenstaande geldt een ander basistarief dan voor echtgenoten of samenwonenden die beiden onder bewind worden gesteld, omdat bij gezamenlijk bewind efficiënter kan worden omgegaan met bepaalde administratieve handelingen. Het Landelijk Overleg Voorzitters Civiele en Kantonsecties (LOVCK&T) biedt hierbij de kaders die de bewindvoerder moet volgen bij het factureren van de werkzaamheden.
Er kan in specifieke gevallen sprake zijn van een verhoogd tarief wanneer er sprake is van een complexe financiële situatie, aangezien de administratieve lastendruk dan aanzienlijk hoger ligt bij het beheer van het inkomen. Hoewel beschermingsbewind primair gericht is op het beheer en de bescherming van het vermogen conform Boek 1 Titel 19 van het Burgerlijk Wetboek, vergt de aanwezigheid van openstaande verplichtingen extra handelingen in de communicatie met betrokken partijen. Dit onderscheid waarborgt dat de bewindvoerder voldoende tijd kan besteden aan de stabilisatie van de financiële situatie van de rechthebbende zonder dat de kwaliteit van de dienstverlening in het geding komt.
Vergoeding via de bijzondere bijstand
Voor cliënten met een inkomen op of rond het sociaal minimum bestaat vaak de mogelijkheid om de kosten van het bewind vergoed te krijgen via de gemeente waar zij woonachtig zijn. Deze wegloopt via de bijzondere bijstand, waarbij de gemeente toetst of de rechthebbende over onvoldoende draagkracht beschikt om de bewindvoeringskosten zelf te voldoen. Indien de aanvraag wordt goedgekeurd, worden de kosten voor de professionele ondersteuning direct door de gemeente vergoed, waardoor de financiële stabiliteit van de onderbewindgestelde gewaarborgd blijft.
De bewindvoerder ondersteunt de rechthebbende bij het indienen van deze aanvraag voor bijzondere bijstand zodra de kantonrechter de beschikking heeft afgegeven. Het is belangrijk om te benadrukken dat beschermingsbewind een noodzakelijke voorziening is en dat gemeenten hierom doorgaans gehouden zijn deze kosten te compenseren voor wie het zelf niet kan dragen. Voor meer informatie over dit proces verwijzen wij naar het artikel over bijzondere bijstand voor de kosten van bewind op deze kennisbank.
Veelgestelde vragen
- Wie bepaalt de hoogte van de kosten voor bewindvoering?
- De tarieven worden jaarlijks vastgesteld door de Minister van Justitie en Veiligheid en zijn gebaseerd op de adviezen van het LOVCK&T. De bewindvoerder is verplicht zich aan deze landelijke bedragen te houden, waarbij de kantonrechter controleert of de juiste tarieven worden toegepast op basis van de persoonlijke omstandigheden.
- Moet ik de kosten voor de aanvraag bij de rechtbank zelf betalen?
- Bij het indienen van het verzoekschrift bij de rechtbank bent u eenmalig griffierecht verschuldigd aan de overheid. Indien u een laag inkomen heeft, kan ook voor dit griffierecht, evenals voor de intakekosten van de bewindvoerder, bijzondere bijstand worden aangevraagd bij de gemeente. Zie ook het artikel: hoe verloopt de aanvraag.
- Veranderen de kosten als de bewindvoerder meer uren moet werken?
- Nee, in de meeste gevallen zijn de tarieven vastgestelde maandbedragen ongeacht het aantal gewerkte uren door de bewindvoerder. Slechts in zeer uitzonderlijke situaties kan de bewindvoerder bij de kantonrechter een verzoek indienen voor een vergoeding voor extra werkzaamheden, maar dit moet altijd vooraf door de rechter worden goedgekeurd.