Naar hoofdinhoud
AY Bewind & Beheer

Voor familie

Schenkingen tussen familieleden tijdens beschermingsbewind

Dit artikel legt uit onder welke strikte voorwaarden een schenking onder bewind mogelijk is en welke rol de kantonrechter hierbij speelt.

Auteur
Anil Yuceyurt
Redactioneel gecontroleerd
Redactioneel gecontroleerd
Laatst herzien
Herzien op 19 november 2025
Leestijd
4 min leestijd

Wanneer iemand onder beschermingsbewind staat op grond van artikel 1:431 van het Burgerlijk Wetboek, verliest de rechthebbende de beschikkingsbevoegdheid over diens vermogen. Dit roept vaak vragen op binnen de familiesfeer, met name wanneer er sprake is van een langlopende traditie van schenkingen of wanneer men een eenmalige gift wil doen. Het is essentieel om te begrijpen dat dergelijke financiële handelingen niet meer zelfstandig kunnen worden uitgevoerd maar strikt gebonden zijn aan wettelijke kaders.

De wettelijke kaders voor schenkingen

In de basis dient beschermingsbewind om de vermogensrechtelijke belangen van de onderbewindgestelde te beschermen en te waarborgen dat er voldoende middelen overblijven voor de basisbehoeften. Een schenking onder bewind wordt door de wetgever en de rechtspraak gezien als een onverplichte rechtshandeling die het vermogen van de rechthebbende direct vermindert. Omdat de bewindvoerder optreedt als vertegenwoordiger, mag deze niet zomaar middelen weggeven zonder dat de kantonrechter hiervoor expliciet toestemming heeft verleend op basis van de geldende richtlijnen.

De kantonrechter toetst een dergelijk verzoek zeer kritisch aan de hand van de specifieke omstandigheden van het geval en de financiële ruimte die beschikbaar is. Het uitgangspunt is dat de schenking in het belang van de rechthebbende moet zijn of tenminste diens eigen levensstandaard niet in gevaar mag brengen. Hierbij kijkt de rechter naar het verleden: was het gebruikelijk dat deze persoon dergelijke bedragen aan familieleden schonk voordat het bewind werd ingesteld en is er sprake van een bestendige gedragslijn.

Machtiging van de kantonrechter

Voor elke schenking die buiten de gebruikelijke kleine verjaardagscadeaus valt, moet de bewindvoerder een machtiging aanvragen bij de rechtbank. De kantonrechter hanteert hierbij vaak de landelijke aanbevelingen van het LOVCK&T, waarbij gekeken wordt of het resterende vermogen na de schenking ruim boven de drempel van dertigduizend euro blijft. Indien het vermogen lager is, zal een verzoek tot schenking in de meeste gevallen worden afgewezen om de toekomstige financiële zekerheid van de rechthebbende niet te ondermijnen.

Naast de omvang van het vermogen speelt ook de expliciete wil van de rechthebbende een centrale rol in de beoordeling door de kantonrechter. Als de onderbewindgestelde nog in staat is om diens wil te verklaren, zal de rechter vaak vragen om een instemmingsverklaring of de persoon in kwestie zelf horen tijdens een zitting. Zie ook: wat mag u nog zelf beslissen onder bewind. Indien de rechthebbende niet meer wilsbekwaam is, bijvoorbeeld door gevorderde dementie, wordt er gekeken naar eerdere schriftelijke vastleggingen zoals een levenstestament.

Schenkingen ontvangen door de rechthebbende

Het kan ook voorkomen dat een familielid juist een geldbedrag wil schenken aan de persoon die onder bewind staat. In dat geval hoeft er geen machtiging aan de kantonrechter gevraagd te worden voor de acceptatie, aangezien het vermogen van de rechthebbende hierdoor toeneemt in plaats van afneemt. De bewindvoerder heeft echter wel de plicht om deze schenking te administreren en op te nemen in de jaarlijkse rekening en verantwoording.

Het is voor familieleden goed om te weten dat zij bij een schenking een zogenaamde uitsluitingsclausule of een bewindclausule kunnen opnemen in een schenkingsakte. Hoewel er al sprake is van beschermingsbewind, biedt dit extra juridische waarborgen over hoe de specifieke gift beheerd dient te worden. Voor gerelateerde zaken omtrent vermogensovergang kunt u ook lezen: wat gebeurt er met erfenissen onder bewind.

Onderscheid met andere trajecten

Beschermingsbewind moet nadrukkelijk worden onderscheiden van complexe financiële situaties waarbij een separaat wettelijk hulptraject of WSNP-traject van toepassing is. Bij beschermingsbewind ligt de focus op de duurzame bescherming van het vermogen en de persoon, waarbij schenkingen onder strikte voorwaarden mogelijk blijven mits het vermogen dit toelaat. In trajecten die gericht zijn op volledige afbouw van openstaande verplichtingen is het doen van schenkingen nagenoeg altijd uitgesloten omdat alle beschikbare middelen ten goede moeten komen aan de betrokken partijen.

Veelgestelde vragen

Hoe hoog moet het vermogen zijn voor een schenking onder bewind?
De kantonrechter hanteert doorgaans de richtlijn dat de rechthebbende na de schenking een vrij beschikbaar vermogen van minimaal dertigduizend euro moet overhouden. Daarnaast moet er sprake zijn van een overschot in het maandbudget. Zie ook het artikel over grote uitgaven onder bewind machtiging kantonrechter voor meer details over financiële drempels.
Kan ik als bewindvoerder zelf beslissen over een kerstgift aan de kinderen?
Kleine, gebruikelijke giften voor bijvoorbeeld verjaardagen of feestdagen kunnen vaak binnen het reguliere budget worden opgevangen zonder aparte machtiging, mits dit past bij de eerdere levensstijl van de rechthebbende. Voor substantiële bedragen is echter altijd voorafgaande toestemming van de kantonrechter vereist om juridische complicaties te voorkomen.
Wat als de rechthebbende wil schenken maar niet meer wilsbekwaam is?
Wanneer iemand de gevolgen van een schenking niet meer kan overzien, zal de kantonrechter alleen toestemming geven als er een bewezen traditie van schenken bestaat. De bewindvoerder moet dan aantonen dat de rechthebbende in het verleden jaarlijks vergelijkbare bedragen aan dezelfde personen overmaakte.